adres: Domplein 29 3512 JE Utrecht
 foto’s : Frans Sellies © 2006
|
|
|
|
Het gebouw
Het oudste deel van het Academiegebouw, de Unie van Utrechtzaal of de Aula, bestaat al sinds 1462. In 1579 werd hier de Unie van Utrecht ondertekend, die beschouwd wordt als het begin van de Nederlandse staat. Voor het Academiegebouw staat een standbeeld van graaf Jan van Nassau dat herinnert aan deze gebeurtenis.
De Universiteit Utrecht werd opgericht in 1636 en kreeg de Aula toegewezen. De universiteit koos de zinspreuk Sol Iustitiae Illustra Nos (Zon der gerechtigheid verlicht ons) en een zon (Sol) als symbool. De spreuk is terug te vinden op de zonnebol op het Domplein en in één van de gebeeldhouwde reliëfs op de gevel. Ook op het orgel is dit terug te vinden.
In 1886 bestond de universiteit 250 jaar. De burgerij en de provincie besloten om de universiteit het Academiegebouw aan te bieden. Het nieuwe gebouw moest voorzien in de groeiende vraag naar ruimten voor onderwijs en academische ceremonies.
Het Academiegebouw werd onderwerp van enige controversie: moest het in neorenaissance-stijl gebouwd worden of aangepast worden aan de gotische stijl van de Domkerk? Het werd neorenaissance maar met een compromis: het gebouw moest verder van de kerk afstaan dan oorspronkelijk de bedoeling was. Het Academiegebouw heeft hier de vreemde knik in haar voorgevel aan te danken.
In 2002 heeft de Universiteit Utrecht het Academiegebouw laten renoveren en zo de oorspronkelijke luister teruggebracht in het gebouw. Het gebouw wordt tegenwoordig gebruikt voor academische plechtigheden zoals diploma-uitreikingen en promoties.
Het orgel
In de Aula (Unie van Utrechtzaal) van het Academiegebouw bevindt zich een orgel, dat wordt bespeeld ter gelegenheid van bijvoorbeeld oraties. Dit orgel is in 1739 door de Groningse orgelbouwer Anthonie Hinsz gebouwd.
Het instrument van de Groningse orgelbouwer Anthonie Hinsz, oorspronkelijk afkomstig uit de Doopsgezinde Kerk in Deventer, werd in 1960 door het Universiteitsfonds gekocht en aan de Utrechtse universiteit geschonken.
Het had één klavier en aangehangen pedaal, maar het had een front met een loos rugpositief. In 1854 verplaatst Naber het orgel naar de Hervormde Kerk te Bergen (NH). Daar vindt men het instrument te klein, zodat het orgel in 1913 verhuist naar de Gereformeerde Kerk van Wormerveer. In 1932 komt het terecht in de Hervormde Hulpkerk van Edam. D.A. Flentrop voerde in de jaren 1960-1963 een restauratie uit. Hij maakte een echt rugwerk en een vrij pedaal, waarvoor nieuwe pedaaltorens in oude stijl werden gemaakt. Het orgel werd in 1961 opgesteld in de aula van de Rijksuniversiteit aan het Domplein. Op 15 december 1961 werd het in gebruik genomen met een bespeling door de Domorganist, Stoffel van Viegen. In 1992 is het door Flentrop opnieuw geïntoneerd.
De dispositie van het Hinz / Flentrop orgel is:
Hoofdwerk (C-c3):
Holpijp 8' Prestant 4' Roerfluit 4' Nasat 3' Octaaf 2' Mixtuur IV Sesquialter II B/D Dulciaan 8' B/D |
Rugwerk (C-c3) :
Gedekt 8' Quintadena 4' Fluit 4' Prestant 2' Nasat 1 1/3' Cymbel II Regaal 8' |
Pedaal: (C-d1) :
Bourdon 16' Prestant 8' Gedekt 8' Octaaf 4' Roerfluit 2' Trompet 8' Schalmei 4' |
Sinds 1960 is Gert Oost de vaste organist van de Universiteit Utrecht.
 Gert Oost
|
|
|
|
Geluidsvoorbeeld Gert Oost speelt Fantaisie in a van de componist Jacob Wilhelm Lustig, die met orgelbouwer Hinsz bevriend was.
 (Met dank aan Gert Oost voor het beschikbaar stellen van dit geluidsbestand)
|
|
|
|
Literatuur:
- R. Buyk / Langs kerken en kapellen : orgeltocht door Nederland. Amersfoort : Willemsen, 1978.
- B. Wisgerhof / Utrechts orgellandschap. Amersfoort : Willemsen, 1979.
- P. van Dijk, G. Oost / Utrecht orgelstad : Inventarisatie van orgels in kerken en kapellen in de stad Utrecht : Verschenen t.g.v. de 5e Orgelvoetttocht 12 september 1981. Utrecht : Overlegorgaan voor Muziek en Kerken, 1981.
- W.J. Dorgelo Hzn. / Alb. Anthoni Hinsz, orgelmaker 1704 - 1785. Augustinusga : Jansma, 1985.
- P. van Dijk, R. Doornekamp / Orgels in de stad Utrecht : Zes eeuwen geschiedenis en een inventarisatie. Utrecht: Stichting Organisatie Oude Muziek, 1992.
|