|
|
| | |  |
dres: Bemuurde Weerd OZ 56 3514 AS Utrecht
Het kerkgebouw
Dit was een Oud Katholieke Kerk. De kerk is gebouwd in 1870 op de plaats van de oude kerk en pastorie en van 2 woonhuizen, die een paar jaar daarvoor aangekocht waren. Op 14 december 1870 werd de kerk ingewijd door aartsbisschop Henricus Loos. De architect van het gebouw was G. Gerritsen. In 1990 is de kerk gesloten en afgestoten. Het is nu een gemeentelijk monument. Een motivatie voor plaatsing op de monumentenlijst is, dat het het enige voorbeeld van stucadoorsgothiek in Utrecht is. Oorspronkelijk heeft er nog een toren gestaan in het midden van de voorgevel, maar vanwege verzakkingen is die in 1889 gesloopt. Opmerkelijk is, dat de kerk terugwijkt van de weg, waar de rest van de huizenlijn aaneensluit. Rechts van de kerk staat de voormalige pastorie op nr. 55. Tegenwoordig is in de kerk een meubelmakerij en antiekhandel gevestigd (2007).
Het orgel
Er moet hier al eerder een orgel hebben gestaan, dat Jonathan Bätz gebouwd had in 1834. Het werd voor de nieuwe St. Jakobuskerk toch 1870 te klein geacht en het werd in 1879 verkocht aan de Oud-Katholieke Kerk aan de Brouwersgracht te Amsterdam.
Er werd toen een orgel geplaatst door Witte. Het instrument, geplaatst in een eenvoudige neo-gotische kast, dateert uit 1879 en werd vervaardigd door de Utrechtse orgelbouwer Johan Fredrik Witte (1840-1902). De Oud-katholieke parochie kon zich destijds een nieuw orgel veroorloven dank zij een bijdrage van f 4.000,- van mevrouw Petronella van Oort, de weduwe van Cornelis Kinnegim. Een herinneringsplaat aan de achterzijde van het instrument herinnert hier nog aan. Het contract tussen het kerkbestuur en Witte werd in december 1878 getekend. Volgens artikel 3 moest het orgel 'geheel gereed en bespeelbaar afgeleverd worden voor Paaschen van het jaar 1800 tachtig of zoveel vroeger als mogelijk zal zijn'. De inwijding vond plaats op 10 augustus 1879. Witte hield het instrument tot zijn dood in onderhoud. Deze taak werd eerst overgenomen door G. Spit uit 's-Gravenhage en later door J.C. Sanders uit Utrecht. Beiden hadden hun opleiding nog in de werkplaats van Witte genoten.
In 1971 werd het orgel gerestaureerd door de firma K.B. Blank & Zoon uit Herwijnen. Naar huidige maatstaven was de restauratie van 1971 enigszins gedateerd. Zo werden in de laden zgn. 'telescoophulzen' aangebracht om het instrument beter bestand te maken tegen klimatologische invloeden. Het orgel stond tot 1990 in deze kerk, toen de kerk sloot. Het orgel werd gedemonteerd en opgeslagen bij de firma Sicco Steendam te Roodeschool. In 1994 werd het instrument aangekocht door de Christelijke Gereformeerde Kerk (Rehobothkerk) te Doornspijk, waar het op 16 mei 1995 in gebruik werd genomen. Steendam restaureerde het orgel volledig en maakte de aanpassingen uit 1971 grotendeels ongedaan. Adviseur bij de werkzaamheden was Peter Eilander.
De dispositie van het Witte orgel (1879) was:
Hoofdwerk (C-f3) : Bourdon 16' Prestant 8' Octaaf 4' Nasard 2 2/3' Octaaf 2' Trompet 8'
|
Nevenwerk (C-f3) :
Holfluit 8' Viola di Gamba 8' ( C-B uit Holfluit) Fluit 4'
|
Pedaal (C-d1) :
Bourdon 16' - transmissie, (spreekt permanent)
|
Speelhulpen: Manuaalkoppel Koppeltrede voor Hoofdwerk-Pedaal en Nevenwerk-Pedaal Ventiel Literatuur :
- W.A. Heurneman, B. van Santen / Noordwest : Bemuurde Weerd, Daalsebuurt, Pijlsweerd, Ondiep, Zuilen. [Utrecht] : SPOU [etc.], 2003.
(Serie: De Utrechtse wijken)
- P.J. Conijn, A.J. v.d. B. / Geschiedenis der Jacobuskerk te Utrecht .
In: De Oud-Katholiek, jg. 53(1937), p. 301.
|
|
|
|