Het orgel is gebouwd door de orgelmaker Albertus van Gruisen uit Leeuwarden. Het was oorspronkelijk niet (meer?) gesigneerd en het is niet gedateerd. Van Albertus van Gruisen bleven enkele kabinetorgels en een secretaire-orgel bewaard. De kabinetorgels lijken onderling sterk op elkaar, al zijn er op onderdelen verschillen aanwijsbaar. Uit vergelijking met andere Van Gruisen-kabinetorgels kan dit instrument op ongeveer 1810 worden gedateerd. Van omstreeks 1915 tot 1967 stond het orgel in de Gereformeerde kerk te Oude Bildtzijl. Het werd destijds in Leeuwarden bij een (piano-)handelaar aangeschaft. In 1967 kwam het orgel in bezit van A.J. Gierveld te Vleuten. Deze droeg het over aan de orgelmaker Jaap Fama te Utrecht, als vergoeding voor de restauratie van het Strumphler-secretaire-orgel dat hij inmiddels ook had verworven. Na restauratie door de orgelmakers Fama & Raadgever werd het orgel in 1982 aangekocht door de heer H.J.A. (Rinus) van Reenen te Utrecht. In 1999 werd het orgel door Jaap Fama schoongemaakt.
De dispositie van het Van Gruisen kabinetorgel (ca. 1810) is:
Holpijp 8' ( bas / discant) Violino 8' ( bas / discant) Salicet 4' ( bas / discant) Fluit d�Amour 4' (discant) Prestant 8' (discant) Woudfluit 2' (bas) Tremulant
Dhr Jongepier en A.J. Gierveld merken op, dat wat er staat (zoals hierboven weergegeven) niet overeenkomt met de klank en dat er, afgaande op de klank en de pijpvormen, andere registers klinken. Volgens Jongepier zou de werkelijke dispositie als volgt zijn:
Pachelbel: partita 1 over Christus, der ist mein Leben
Pachelbel: Aria Quinta & variatio 1 uit de Hexachordum Apollinis.
Met dank aan Rinus van Reenen voor het beschikbaar stellen van de geluidsfragmenten.
Literatuur:
A.J. Gierveld / Het Nederlandse huisorgel in de 17e en 18e eeuw. Rijswijk [etc.] : Vereniging voor Nederlandse muziekgeschiedenis [etc.], 1977. (Catalogusnummer 79).